aip_quran
Translation

  العربية              Nederlands 

1. Surah Al-Fatiha
2. Surah Al-Baqara
3. Surah Aal-e-Imran
4. Surah An-Nisa
5. Surah Al-Maidah
6. Surah Al-Anam
7. Surah Al-Araf
8. Surah Al-Anfal
9. Surah At-Tawbah
10. Surah Yunus
11. Surah Hud
12. Surah Yusuf
13. Surah Ar-Rad
14. Surah Ibrahim
15. Surah Al-Hijr
16. Surah An-Nahl
17. Surah Al-Isra
18. Surah Al-Kahf
19. Surah Maryam
20. Surah Taha
21. Surah Al-Anbiya
22. Surah Al-Hajj
23. Surah Al-Muminun
24. Surah An-Nur
25. Surah Al-Furqan
26. Surah Ash-Shuara
27. Surah An-Naml
28. Surah Al-Qasas
29. Surah Al-Ankabut
30. Surah Ar-Rum
31. Surah Luqman
32. Surah As-Sajdah
33. Surah Al-Ahzab
34. Surah Saba
35. Surah Fatir
36. Surah Ya-Sin
37. Surah As-Saffat
38. Surah Sad
39. Surah Az-Zumar
40. Surah Ghafir
41. Surah Fussilat
42. Surah Ash-Shuraa
43. Surah Az-Zukhruf
44. Surah Ad-Dukhan
45. Surah Al-Jathiya
46. Surah Al-Ahqaf
47. Surah Muhammad
48. Surah Al-Fath
49. Surah Al-Hujurat
50. Surah Qaf
51. Surah Adh-Dhariyat
52. Surah At-Tur
53. Surah An-Najm
54. Surah Al-Qamar
55. Surah Ar-Rahman
56. Surah Al-Waqiah
57. Surah Al-Hadid
58. Surah Al-Mujadila
59. Surah Al-Hashr
60. Surah Al-Mumtahanah
61. Surah As-Saf
62. Surah Al-Jumuah
63. Surah Al-Munafiqun
64. Surah Al-Taghabun
65. Surah At-Talaq
66. Surah At-Tahrim
67. Surah Al-Mulk
68. Surah Al-Qalam
69. Surah Al-Haqqah
70. Surah Al-Maarij
71. Surah Nuh
72. Surah Al-Jinn
73. Surah Al-Muzzammil
74. Surah Al-Muddaththir
75. Surah Al-Qiyamah
76. Surah Al-Insan
77. Surah Al-Mursalat
78. Surah An-Naba
79. Surah An-Naziat
80. Surah Abasa
81. Surah At-Takwir
82. Surah Al-Infitar
83. Surah Al-Mutaffifin
84. Surah Al-Inshiqaq
85. Surah Al-Buruj
86. Surah At-Tariq
87. Surah Al-Ala
88. Surah Al-Ghashiyah
89. Surah Al-Fajr
90. Surah Al-Balad
91. Surah Ash-Shams
92. Surah Al-Layl
93. Surah Ad-Duhaa
94. Surah Ash-Sharh
95. Surah At-Tin
96. Surah Al-Alaq
97. Surah Al-Qadr
98. Surah Al-Bayyinah
99. Surah Az-Zalzalah
100. Surah Al-Adiyat
101. Surah Al-Qariah
102. Surah At-Takathur
103. Surah Al-Asr
104. Surah Al-Humazah
105. Surah Al-Fil
106. Surah Quraysh
107. Surah Al-Maun
108. Surah Al-Kawthar
109. Surah Al-Kafirun
110. Surah An-Nasr
111. Surah Al-Masad
112. Surah Al-Ikhlas
113. Surah Al-Falaq
114. Surah An-Nas
« Go to Home

15. Surah Al-Hijr

15:1  الر ۚ تِلْكَ آيَاتُ الْكِتَابِ وَقُرْآنٍ مُّبِينٍ
E. L. R. Dit zijn de teekens van het boek en van den duidelijken Koran.
15:2  رُّبَمَا يَوَدُّ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوْ كَانُوا مُسْلِمِينَ
De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest.
15:3  ذَرْهُمْ يَأْكُلُوا وَيَتَمَتَّعُوا وَيُلْهِهِمُ الْأَمَلُ ۖ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ
Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen.
15:4  وَمَا أَهْلَكْنَا مِن قَرْيَةٍ إِلَّا وَلَهَا كِتَابٌ مَّعْلُومٌ
Wij hebben geene stad verwoest, zonder dat een vastgestelde tijd van berouw voor haar bepaald werd.
15:5  مَّا تَسْبِقُ مِنْ أُمَّةٍ أَجَلَهَا وَمَا يَسْتَأْخِرُونَ
Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven.
15:6  وَقَالُوا يَا أَيُّهَا الَّذِي نُزِّلَ عَلَيْهِ الذِّكْرُ إِنَّكَ لَمَجْنُونٌ
De bewoners van Mekka zeggen tot Mahomet. O gij! wien de vermaning werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten.
15:7  لَّوْ مَا تَأْتِينَا بِالْمَلَائِكَةِ إِن كُنتَ مِنَ الصَّادِقِينَ
Zoudt gij niet met een gevolg van engelen tot ons zijn gekomen, indien gij de waarheid hadt gesproken?
15:8  مَا نُنَزِّلُ الْمَلَائِكَةَ إِلَّا بِالْحَقِّ وَمَا كَانُوا إِذًا مُّنظَرِينَ
Antwoord. Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld.
15:9  إِنَّا نَحْنُ نَزَّلْنَا الذِّكْرَ وَإِنَّا لَهُ لَحَافِظُونَ
Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden.
15:10  وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ فِي شِيَعِ الْأَوَّلِينَ
Wij hebben vroeger, vóór u, gezanten tot de oude secten gezonden.
15:11  وَمَا يَأْتِيهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا كَانُوا بِهِ يَسْتَهْزِئُونَ
En er kwam geen gezant tot hen, dien zij niet tot het voorwerp hunner spotternijen maakten.
15:12  كَذَٰلِكَ نَسْلُكُهُ فِي قُلُوبِ الْمُجْرِمِينَ
Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners van Mekka er toe brengen, hunnen profeet te bespotten.
15:13  لَا يُؤْمِنُونَ بِهِ ۖ وَقَدْ خَلَتْ سُنَّةُ الْأَوَّلِينَ
Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd.
15:14  وَلَوْ فَتَحْنَا عَلَيْهِم بَابًا مِّنَ السَّمَاءِ فَظَلُّوا فِيهِ يَعْرُجُونَ
Indien wij hun de poorten der hemelen zouden ontsluiten, en zij reeds gereed zouden zijn daar binnen te gaan.
15:15  لَقَالُوا إِنَّمَا سُكِّرَتْ أَبْصَارُنَا بَلْ نَحْنُ قَوْمٌ مَّسْحُورُونَ
Zouden zij veeleer uitroepen. Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling.
15:16  وَلَقَدْ جَعَلْنَا فِي السَّمَاءِ بُرُوجًا وَزَيَّنَّاهَا لِلنَّاظِرِينَ
Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven.
15:17  وَحَفِظْنَاهَا مِن كُلِّ شَيْطَانٍ رَّجِيمٍ
Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel welke met steenworpen werd teruggedreven.
15:18  إِلَّا مَنِ اسْتَرَقَ السَّمْعَ فَأَتْبَعَهُ شِهَابٌ مُّبِينٌ
Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wien dan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten.
15:19  وَالْأَرْضَ مَدَدْنَاهَا وَأَلْقَيْنَا فِيهَا رَوَاسِيَ وَأَنبَتْنَا فِيهَا مِن كُلِّ شَيْءٍ مَّوْزُونٍ
Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten.
15:20  وَجَعَلْنَا لَكُمْ فِيهَا مَعَايِشَ وَمَن لَّسْتُمْ لَهُ بِرَازِقِينَ
En wij hebben daarop levensbehoeften voor u geplaatst en voor de wezens, welke gij niet onderhoudt.
15:21  وَإِن مِّن شَيْءٍ إِلَّا عِندَنَا خَزَائِنُهُ وَمَا نُنَزِّلُهُ إِلَّا بِقَدَرٍ مَّعْلُومٍ
Er is geene zaak, waarvan de voorraadschuren niet in onze handen zijn, en wij deelen die slechts in eene bepaalde mate uit.
15:22  وَأَرْسَلْنَا الرِّيَاحَ لَوَاقِحَ فَأَنزَلْنَا مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَسْقَيْنَاكُمُوهُ وَمَا أَنتُمْ لَهُ بِخَازِنِينَ
Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart.
15:23  وَإِنَّا لَنَحْنُ نُحْيِي وَنُمِيتُ وَنَحْنُ الْوَارِثُونَ
Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen.
15:24  وَلَقَدْ عَلِمْنَا الْمُسْتَقْدِمِينَ مِنكُمْ وَلَقَدْ عَلِمْنَا الْمُسْتَأْخِرِينَ
Wij kennen hen die vooruit gaan, en wij kennen hen die achterblijven.
15:25  وَإِنَّ رَبَّكَ هُوَ يَحْشُرُهُمْ ۚ إِنَّهُ حَكِيمٌ عَلِيمٌ
En uw Heer zal hen op den laatsten dag verzamelen; want hij is alwetend en wijs.
15:26  وَلَقَدْ خَلَقْنَا الْإِنسَانَ مِن صَلْصَالٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ
Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.
15:27  وَالْجَانَّ خَلَقْنَاهُ مِن قَبْلُ مِن نَّارِ السَّمُومِ
Vóór hem hadden wij reeds de geniussen uit een fijn vuur gemaakt.
15:28  وَإِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلَائِكَةِ إِنِّي خَالِقٌ بَشَرًا مِّن صَلْصَالٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ
En gedenk, toen de Heer tot de engelen zeide. Waarlijk, ik heb den mensch geschapen van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.
15:29  فَإِذَا سَوَّيْتُهُ وَنَفَخْتُ فِيهِ مِن رُّوحِي فَقَعُوا لَهُ سَاجِدِينَ
Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden?
15:30  فَسَجَدَ الْمَلَائِكَةُ كُلُّهُمْ أَجْمَعُونَ
En al de engelen baden Adam gezamenlijk aan.
15:31  إِلَّا إِبْلِيسَ أَبَىٰ أَن يَكُونَ مَعَ السَّاجِدِينَ
Behalve Eblis, die weigerde met hen te zijn, welke hem aanbaden.
15:32  قَالَ يَا إِبْلِيسُ مَا لَكَ أَلَّا تَكُونَ مَعَ السَّاجِدِينَ
En God zeide tot hem. Wat verhindert u met degenen te zijn, die Adam aanbidden?
15:33  قَالَ لَمْ أَكُن لِّأَسْجُدَ لِبَشَرٍ خَلَقْتَهُ مِن صَلْصَالٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ
Hij antwoordde. Ik zal den mensch niet aanbidden; dien gij gevormd hebt van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gekneed.
15:34  قَالَ فَاخْرُجْ مِنْهَا فَإِنَّكَ رَجِيمٌ
God zeide. Ga dus heen; want gij zult met steenen verdreven worden.
15:35  وَإِنَّ عَلَيْكَ اللَّعْنَةَ إِلَىٰ يَوْمِ الدِّينِ
En een vloek zal op u rusten tot op den dag des oordeels.
15:36  قَالَ رَبِّ فَأَنظِرْنِي إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ
De duivel zeide. O Heer! geef mij uitstel tot den dag der opstanding.
15:37  قَالَ فَإِنَّكَ مِنَ الْمُنظَرِينَ
God antwoordde. Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen.
15:38  إِلَىٰ يَوْمِ الْوَقْتِ الْمَعْلُومِ
Tot den dag van den bepaalden tijd.
15:39  قَالَ رَبِّ بِمَا أَغْوَيْتَنِي لَأُزَيِّنَنَّ لَهُمْ فِي الْأَرْضِ وَلَأُغْوِيَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ
De duivel (Eblis) antwoordde. Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden.
15:40  إِلَّا عِبَادَكَ مِنْهُمُ الْمُخْلَصِينَ
Uwe oprechte dienaren zullen alleen gespaard worden.
15:41  قَالَ هَٰذَا صِرَاطٌ عَلَيَّ مُسْتَقِيمٌ
God zeide. Dit is de rechte weg.
15:42  إِنَّ عِبَادِي لَيْسَ لَكَ عَلَيْهِمْ سُلْطَانٌ إِلَّا مَنِ اتَّبَعَكَ مِنَ الْغَاوِينَ
Wat mijne dienaren betreft, gij zult geene macht over hen hebben; maar alleen over hen, die verleid zullen worden en die u zullen volgen.
15:43  وَإِنَّ جَهَنَّمَ لَمَوْعِدُهُمْ أَجْمَعِينَ
De hel is zekerlijk voor hen allen bestemd.
15:44  لَهَا سَبْعَةُ أَبْوَابٍ لِّكُلِّ بَابٍ مِّنْهُمْ جُزْءٌ مَّقْسُومٌ
Zij heeft zeven ingangen; voor iederen ingang zal een bijzonder aantal hunner worden aangewezen.
15:45  إِنَّ الْمُتَّقِينَ فِي جَنَّاتٍ وَعُيُونٍ
Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen.
15:46  ادْخُلُوهَا بِسَلَامٍ آمِنِينَ
De engelen zullen tot hen zeggen. Treedt hier binnen in vrede en zekerheid.
15:47  وَنَزَعْنَا مَا فِي صُدُورِهِم مِّنْ غِلٍّ إِخْوَانًا عَلَىٰ سُرُرٍ مُّتَقَابِلِينَ
Wij zullen alle valschheid uit hunne harten wegnemen. Zij zullen als broeders zijn, en tegen over elkander zitten op rustbanken.
15:48  لَا يَمَسُّهُمْ فِيهَا نَصَبٌ وَمَا هُم مِّنْهَا بِمُخْرَجِينَ
Geene vermoeienis zal hen kwellen, en nimmer zullen zij uit die woonplaats worden geworpen.
15:49  نَبِّئْ عِبَادِي أَنِّي أَنَا الْغَفُورُ الرَّحِيمُ
Verklaar mijne dienaren, dat ik de genadige, de barmhartige God ben.
15:50  وَأَنَّ عَذَابِي هُوَ الْعَذَابُ الْأَلِيمُ
En dat mijne straf eene gestrenge straf is.
15:51  وَنَبِّئْهُمْ عَن ضَيْفِ إِبْرَاهِيمَ
En verhaal hun de geschiedenis van de gasten van Abraham.
15:52  إِذْ دَخَلُوا عَلَيْهِ فَقَالُوا سَلَامًا قَالَ إِنَّا مِنكُمْ وَجِلُونَ
Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide hij. Gij hebt ons bevreesd gemaakt.
15:53  قَالُوا لَا تَوْجَلْ إِنَّا نُبَشِّرُكَ بِغُلَامٍ عَلِيمٍ
En zij antwoordden. Vrees niets. wij brengen u de belofte van een wijzen zoon.
15:54  قَالَ أَبَشَّرْتُمُونِي عَلَىٰ أَن مَّسَّنِيَ الْكِبَرُ فَبِمَ تُبَشِّرُونَ
Hij zeide. Brengt gij mij de belofte van een zoon, nu ik oud geworden ben? Wat verhaalt gij mij derhalve?
15:55  قَالُوا بَشَّرْنَاكَ بِالْحَقِّ فَلَا تَكُن مِّنَ الْقَانِطِينَ
Zij zeiden. Wij hebben u de waarheid verhaald; wanhoop dus niet.
15:56  قَالَ وَمَن يَقْنَطُ مِن رَّحْمَةِ رَبِّهِ إِلَّا الضَّالُّونَ
Hij antwoordde. En wie wanhoopt aan Gods genade, behalve zij die dwalen?
15:57  قَالَ فَمَا خَطْبُكُمْ أَيُّهَا الْمُرْسَلُونَ
En hij zeide. Wat is dus uwe zending, o gezanten van God?
15:58  قَالُوا إِنَّا أُرْسِلْنَا إِلَىٰ قَوْمٍ مُّجْرِمِينَ
Zij antwoordden. Waarlijk, wij werden gezonden om een zondig volk te verdelgen.
15:59  إِلَّا آلَ لُوطٍ إِنَّا لَمُنَجُّوهُمْ أَجْمَعِينَ
Maar wat de leden van Lots gezin betreft, zullen wij allen redden.
15:60  إِلَّا امْرَأَتَهُ قَدَّرْنَا ۙ إِنَّهَا لَمِنَ الْغَابِرِينَ
Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest.
15:61  فَلَمَّا جَاءَ آلَ لُوطٍ الْمُرْسَلُونَ
En toen de boodschappers tot het gezin van Lot kwamen,
15:62  قَالَ إِنَّكُمْ قَوْمٌ مُّنكَرُونَ
Zeide hij tot hen. Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is.
15:63  قَالُوا بَلْ جِئْنَاكَ بِمَا كَانُوا فِيهِ يَمْتَرُونَ
Zij antwoordden. Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren.
15:64  وَأَتَيْنَاكَ بِالْحَقِّ وَإِنَّا لَصَادِقُونَ
Wij verhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid.
15:65  فَأَسْرِ بِأَهْلِكَ بِقِطْعٍ مِّنَ اللَّيْلِ وَاتَّبِعْ أَدْبَارَهُمْ وَلَا يَلْتَفِتْ مِنكُمْ أَحَدٌ وَامْضُوا حَيْثُ تُؤْمَرُونَ
Breng dus uw gezin gedurende den nacht weg, en volg gij achter hen; en laat zich niemand uwer omkeeren, maar ga waarheen men u beveelt.
15:66  وَقَضَيْنَا إِلَيْهِ ذَٰلِكَ الْأَمْرَ أَنَّ دَابِرَ هَٰؤُلَاءِ مَقْطُوعٌ مُّصْبِحِينَ
En wij gaven hem dit bevel, daar dit volk, tot op den laatsten man, vóór den volgenden dag moest zijn verdelgd.
15:67  وَجَاءَ أَهْلُ الْمَدِينَةِ يَسْتَبْشِرُونَ
En de bewoners der stad kwamen tot Lot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen.
15:68  قَالَ إِنَّ هَٰؤُلَاءِ ضَيْفِي فَلَا تَفْضَحُونِ
En hij zeide tot hen. Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken.
15:69  وَاتَّقُوا اللَّهَ وَلَا تُخْزُونِ
Maar vreest God en bedekt mij niet met schande.
15:70  قَالُوا أَوَلَمْ نَنْهَكَ عَنِ الْعَالَمِينَ
Zij antwoordden. Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen?
15:71  قَالَ هَٰؤُلَاءِ بَنَاتِي إِن كُنتُمْ فَاعِلِينَ
Lot hernam. Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen.
15:72  لَعَمْرُكَ إِنَّهُمْ لَفِي سَكْرَتِهِمْ يَعْمَهُونَ
Zoo waar gij leeft, zij dwaalden in beschonkenheid.
15:73  فَأَخَذَتْهُمُ الصَّيْحَةُ مُشْرِقِينَ
Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon.
15:74  فَجَعَلْنَا عَالِيَهَا سَافِلَهَا وَأَمْطَرْنَا عَلَيْهِمْ حِجَارَةً مِّن سِجِّيلٍ
En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei.
15:75  إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّلْمُتَوَسِّمِينَ
Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan.
15:76  وَإِنَّهَا لَبِسَبِيلٍ مُّقِيمٍ
En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen.
15:77  إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَةً لِّلْمُؤْمِنِينَ
Waarlijk, hierin is een teeken voor de ware geloovigen.
15:78  وَإِن كَانَ أَصْحَابُ الْأَيْكَةِ لَظَالِمِينَ
De bewoners van het bosch van Midian waren mede goddeloos.
15:79  فَانتَقَمْنَا مِنْهُمْ وَإِنَّهُمَا لَبِإِمَامٍ مُّبِينٍ
Daarom namen wij wraak op hen. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten.
15:80  وَلَقَدْ كَذَّبَ أَصْحَابُ الْحِجْرِ الْمُرْسَلِينَ
En de bewoners van Al Hedjr beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog.
15:81  وَآتَيْنَاهُمْ آيَاتِنَا فَكَانُوا عَنْهَا مُعْرِضِينَ
En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af.
15:82  وَكَانُوا يَنْحِتُونَ مِنَ الْجِبَالِ بُيُوتًا آمِنِينَ
Zij hieuwen huizen in de bergen uit om zich te beveiligen.
15:83  فَأَخَذَتْهُمُ الصَّيْحَةُ مُصْبِحِينَ
Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens.
15:84  فَمَا أَغْنَىٰ عَنْهُم مَّا كَانُوا يَكْسِبُونَ
Wat zij gedaan hadden, was volstrekt niet voordeelig voor hen.
15:85  وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا إِلَّا بِالْحَقِّ ۗ وَإِنَّ السَّاعَةَ لَآتِيَةٌ ۖ فَاصْفَحِ الصَّفْحَ الْجَمِيلَ
Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, o Mahomet! met eene barmhartige vergiffenis.
15:86  إِنَّ رَبَّكَ هُوَ الْخَلَّاقُ الْعَلِيمُ
Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en van hen, en weet wat het nuttigste is.
15:87  وَلَقَدْ آتَيْنَاكَ سَبْعًا مِّنَ الْمَثَانِي وَالْقُرْآنَ الْعَظِيمَ
Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald, en den heerlijken Koran.
15:88  لَا تَمُدَّنَّ عَيْنَيْكَ إِلَىٰ مَا مَتَّعْنَا بِهِ أَزْوَاجًا مِّنْهُمْ وَلَا تَحْزَنْ عَلَيْهِمْ وَاخْفِضْ جَنَاحَكَ لِلْمُؤْمِنِينَ
Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen.
15:89  وَقُلْ إِنِّي أَنَا النَّذِيرُ الْمُبِينُ
Zeg hun. Waarlijk, ik ben een openbaar prediker.
15:90  كَمَا أَنزَلْنَا عَلَى الْمُقْتَسِمِينَ
Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers.
15:91  الَّذِينَ جَعَلُوا الْقُرْآنَ عِضِينَ
Die den Koran in verschillende deelen onderscheiden.
15:92  فَوَرَبِّكَ لَنَسْأَلَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ
Want door uw Heer, o Mahomet! zullen wij hen ondervragen.
15:93  عَمَّا كَانُوا يَعْمَلُونَ
Nopens al hunne daden.
15:94  فَاصْدَعْ بِمَا تُؤْمَرُ وَأَعْرِضْ عَنِ الْمُشْرِكِينَ
Openbaar dus wat u werd bevolen en, wend u af van de afgodendienaars.
15:95  إِنَّا كَفَيْنَاكَ الْمُسْتَهْزِئِينَ
Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters.
15:96  الَّذِينَ يَجْعَلُونَ مَعَ اللَّهِ إِلَٰهًا آخَرَ ۚ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ
Die een anderen God met God vereenigen. Zij zullen zekerlijk hunne dwaasheid kennen.
15:97  وَلَقَدْ نَعْلَمُ أَنَّكَ يَضِيقُ صَدْرُكَ بِمَا يَقُولُونَ
En wij weten, dat gij diep gegriefd zijt door het verhaal van hetgeen zij zeggen.
15:98  فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَكُن مِّنَ السَّاجِدِينَ
Maar verheerlijk den lof van uwen Heer en aanbid hem.
15:99  وَاعْبُدْ رَبَّكَ حَتَّىٰ يَأْتِيَكَ الْيَقِينُ
En dien uwen Heer, tot de dood u overvalt.